Sumatraanse steenkool

2 - Ontdekkingen in het binnenland, en een kijkje in Zuid-Sumatra

Toen ik terugkeerde naar de haven was de zon aardig op weg om onder te gaan achter de klapperbomen op de heuvel achter het station. Een lange trein werd in het station klaar gezet, met een loc ervoor en één erachter. Ik besloot naast het hoofdspoor te wachten op het vertrek.

Binnen tien minuten kondigden een fluitconcert en grote zwarte rookwolken het vertrek van de trein aan. Luid blazend kwam de voorste loc naderbij; deze deed klaarblijkelijk het meeste werk, ondanks een behoorlijke stoomlekkage uit de linkercilinder. Op de wagens zaten verschillende meeliftende passagiers. Nadat de trein was langs gesukkeld kwam de opdrukloc langs. Uit haar cilinderkranen kwamen slappe straaltjes waterdamp. Pas verderop werd verwoed gestookt; veel gang zat er niet in.

Een zware trein staat klaar voor vertrek uit Teluk Bayur. De kolen branden al lekker aan.

Dezelfde trein, moeizaam hellingop zeulend richting Padang.

De niet zo effectieve opdrukloc verdwijnt uit het zicht onder de brug.

Een tocht naar het binnenland

Het heeft zijn voordelen om stuurmansleerling te zijn: een paar dagen later kreeg ik met de leerling-werktuigkundige een uitnodiging van de kapitein om mee te gaan op excursie naar Padangpanjang en Bukittinggi (Fort de Kock) in de Padangse Bovenlanden.

Het landschap is fascinerend; de route loopt door de Anei-kloof landinwaarts, waar het spoor met tandheugelsecties steile hellingen overwint. Daar waren toen nog grote vijfassige tandradlokomotieven type E10-2 aan het werk. Van dichtbij heb ik er helaas geen gezien, maar wel één op een afstandje aan het werk in de rijstvelden. Halverwege stopten we voor een zwempartij in het stille Singkarakmeer vlakbij de zijlijn naar Solok en Sawahlunto, waar ik nog een C33 tegenkwam voor een gemengde trein naar Padangpanjang. Helaas heb ik niets gezien van de enorme klasse F10 tendermachines met asindeling 1'F1', die volgens A.E.Durrant begin jaren '70 in Solok gestationeerd moeten zijn geweest.

Tandheugeltraject in de Anei-kloof op de lijn naar Padangpanjang; helaas geen trein in zicht.

De stille wateren van het Singkarakmeer. Met de boomstamkano heb ik echt een stukje gevaren, maar het ding was knap onstabiel.

Fraai gerestaureerd Minangkabaus huis in Bukittinggi, nu in gebruik als museum.

Gemengde trein met onderlossers uit Solok ter hoogte van het Singkarakmeer, achter een onbekende C33.

Achteraan de gemengde trein liep het enige personenrijtuig dat ik heb gezien op het Westsumatraanse netwerk.

E10 tandradloc aan het werk in de rijstvelden, op weg naar Padangpanjang. Deze moderne vijfassers hadden een Giesl-ejecteur.

De avondtrein naar Padang

De volgende dag had ik zowel de middag- als de nachtwacht van 12 tot 6. Dat betekende dat ik met de avondtrein naar Padang kon, als ik een avond slaap inleverde. Zo stapte ik dus op de C3330, die met helaas slechts een lichte trein om ongeveer 19:00 in de schemering vertrok. Dat was een onvergetelijke rit: de trein schommelde een halfuur vredig door de schemerige rijstvelden en klapperbosjes, totdat we bij invallende duisternis binnenkwamen in het station van Padang. Daar wenste ik het locpersoneel 'selamat malam' en nam een kijkje in het depot, waar een 'koude' lokomotief van de serie C30 stond, tezamen met een C33 en nog een kleinere loc. Waarschijnlijk stonden er nog wel meer machines in deze centrale werkplaats voor het Westsumatraanse net, maar het was pikdonker en ik herinner er mij niet meer dan deze twee of drie. Het was nog gevaarlijk ook, want voor je het wist lag je in een inspectiekuil. Een andere C30 rangeerde op het emplacement, en wederom maakte de machinist geen bezwaar toen ik boven kwam. In de benauwde cabine was het smoorheet, maar ik merkte er weinig van: dit was de eerste grote stoomloc waarop ik meereed. Ik herinner mij de hellende achterkant van de ketel en een groot vuur dat op het rooster loeide. De machinist leunde naar buiten in de tropische nacht en ik vroeg mij af hoe hij kon zien wat hij deed, met niets daar buiten behalve de olielantaarn van de rangeerder.

Tegen 21:00 begon ik er over na te denken over hoe ik terug moest komen, en toen ik bij het station met handen- en voetentaal vroeg hoe in Teluk Bayur te komen, bleek dat heel eenvoudig: ga naar het busstation. Hoe moest ik daar komen? Met een rijtuigje! Iemand van het stationspersoneel hielp mij er een te vinden, en voordat ik het wist draafde een taai Sumatraans paardje met mijn gehuurde 'brik' door de wijds aangelegde straten van Padang. Het 'busstation' was een plek waar allerlei grillig beschilderde voertuigen af en aan reden, variërend van overmaatse Landrovers tot kleine vrachtauto's met een houten bak achterop. Elk was ingericht voor het vervoer van een stuk of 20 (of misschien wel 50) kleine Sumatraantjes op houten dwarsbanken. Stuk voor stuk doodskisten, speciaal op de bochtige bergwegen.

Toen ik er eindelijk een vond die naar Teluk Bayur ging, zat ik met mijn kin op mijn knieën tussen een menigte giechelende Sumatranen. Een 'orang belanda' in de bus? Dat hadden ze nog niet meegemaakt. Van de rest van de reis herinner ik mij weinig, ik was doodsbenauwd dat ik te laat zou zijn voor mijn wacht doordat het rotding zou omkieperen. Stel je voor dat ik ergens in de tropennacht zou achterblijven zonder te weten waar en zonder de taal te spreken! Tot mijn verbazing echter was ik omstreeks half twaalf terug aan boord. Ik schoot mijn ketelpak in en ging aan dek om de tweede stuurman te zoeken, in wiens wacht ik was ingedeeld. De nacht ging in een soort roes voorbij, overvolle tussendekken in en uit klauterend om de lading te controleren, en kijkend of er niet stiekem een bootwerker een 'kretek' rookte, de sterke naar kruidnagelen ruikende Indische sigaret. Een nachtje doorhalen deed mij niets in die tijd, maar of ik het nu nog zo gemakkelijk zou doen?

_____

De trein uit Palembang

De volgende middag verlieten we Teluk Bayur met bestemming Panjang (zie overzichtskaart Sumatra) in de baai van Telukbetung bij Straat Sunda, en het speet mij om de kleine oude C33's te verlaten, die ik nooit meer zou terugzien. De tocht naar Panjang neemt ongeveer een etmaal in beslag, en we gingen op enige afstand van de kleine kade ten anker. Hier zouden we laden vanuit lichters die naar ons toe werden gesleept, en gedurende ons verblijf daar hoorden en zagen we de dagelijkse boottrein vanuit Palembang aankomen omstreeks de middag.

ms Nijkerk ten anker bij Panjang.

Amerikaans uitziende C3079 in Panjang, kort na de aankomst met de boottrein.

Achteraanzicht van de grote Hanomag-machine.

Een mooie tenderloc: no. C1134, een 1'Ct machine gebouwd door Hartmann, eveneens in Panjang.

...vermoedelijk ergens in de schaduw lag te knorren...

Het spoorwegnet in Zuid-Sumatra is niet verbonden met dat rond Padang, hoewel het voormalig Nederlands-Indisch Gouvernement daar wel plannen voor had. Dagelijks arriveerde in Panjang een trein uit Tanjungkarang, getrokken door een C30 1'C1' tenderloc gelijk aan die in Padang, om aan te sluiten op een eilandbootje naar Java. We hoorden dan de scheepsfluit waarmee de C30 was uitgerust loeien over het water, tenzij er een dieselloc was. Eenmaal kon ik een uurtje de wal op met het motorbootje van het agentschap van de rederij, en ik was net op tijd om de trein te zien aankomen. Die bestond uit een modern postrijtuig uit Palembang en niet veel anders. De grote tenderloc zag er prima uit, en aan de overkant van de weg bij de pakhuizen stond de rangeerloc, een antieke serie C11 tenderloc, the sudderen terwijl het locpersoneel vermoedelijk ergens in de schaduw lag te knorren. Het was bloedheet. Helaas kon ik niet langer blijven, want het bootje ging terug.

De volgende dag verlieten we Panjang, zonder dat ik iets zag van de lokomotieftypen D50 en D52, zware 1'D1' machines met tender die volgens Durrant in die omgeving waren gestationeerd. Toen we Belawan aan de noordkust binnenliepen, was daar geen stoom te zien. Zo eindigde mijn korte, maar onvergetelijke bezoek aan de spoorwegen van Sumatra.

Een vlammende zonsondergang, kort nadat we de noordwestpunt van Sumatra nabij Pulau Wé hadden gerond op de thuisreis.

Dezelfde opname, vijf minuten later.

Uit mijn geheugen heb ik een plattegrond gemaakt (klik voor vergroting) waarin de plaats van verschillende gebouwen en haveninstallaties ongeveer is weergegeven. Het sporenplan is niet meer dan indicatief: twee sporen kunnen er in werkelijkheid best vier zijn geweest.

Video:

.