Sumatra archief 1974
Ted Polet
Sumatraanse steenkool (1974)
Toen we binnenkwamen in de Westsumatraanse haven Teluk Bayur (vroeger Emmahaven) bleven we daar bijna een week liggen laden. Het schip rook naar koffie, thee, tabak, rubber en indische kruiden, en eenmaal kwam ik in een onderruim geheel 'gegarneerd' met matten van palmbladeren als bescherming voor de gevoelige balen tabak. De zon scheen verticaal in het ruim op het dwarrelende stof en de glinsterende bruine ruggen van een ploeg Sumatraanse bootwerkers. Het leek wel of de tijd had stilgestaan en de dagen van de 'Loffelijke Compagnie' waren teruggekeerd. Misschien maar goed dat het een illusie was...
Achter de pakhuizen was het station, waar tweemaal daags een 1'Ct loc van het type C33 binnenkwam met een goederentrein. Deze scharrelde een of twee uur rond en vertrok dan met leeg materieel in tegengestelde richting naar Padang, ongeveer 10 km verderop. Het verkeer was vrij druk doordat er op dat moment verschillende schepen tegelijk aan het laden waren. Het duurde niet lang voordat ik met twee flesjes bier voor de bemanning op een loc klom en vroeg of ik mee mocht rijden...
Sumatraanse steenkool (vervolg)
Het landschap is fascinerend; de route loopt door de Anei-kloof landinwaarts, waar het spoor met tandheugelsecties steile hellingen overwint. Daar waren toen nog grote vijfassige tandradlokomotieven type E10-2 aan het werk. Van dichtbij heb ik er helaas geen gezien, maar wel één op een afstandje aan het werk in de rijstvelden. Halverwege stopten we voor een zwempartij in het stille Singkarakmeer vlakbij de zijlijn naar Solok en Sawahlunto, waar ik nog een C33 tegenkwam voor een gemengde trein naar Padangpanjang.
Het spoorwegnet in Zuid-Sumatra is niet verbonden met dat rond Padang, hoewel het voormalig Nederlands-Indisch Gouvernement daar wel plannen voor had. Dagelijks arriveerde in Panjang een trein uit Tanjungkarang, getrokken door een C30 1'C1' tenderloc gelijk aan die in Padang, om aan te sluiten op een eilandbootje naar Java. We hoorden dan de scheepsfluit waarmee de C30 was uitgerust loeien over het water, tenzij er een dieselloc was. Lees verder...